Terwijl ik vandaag bezig was met controle van gegevens in de stamboom van mijn wederhelft dwaalde mijn gedachten af naar hoe ik in het begin van deze hobby geworsteld heb met het lezen van oude akten. Nu, na zo veel paperassen te hebben in gezien, lees ik het bovenstaande ( doop van de tot nu toe oudst bekende Steijns ) vrij makkelijk. Het enige dat ik nog zou willen is dat ik het echte middeleeuws handschrift zou kunnen lezen. We spreken dan over de jaren 1100 to ca. 1500.
Anderzijds zijn de keren dat ik documenten uit deze tijd moet lezen op 1 hand te tellen, de tijd om dit te leren stop ik liever in het onderzoeken van familie en daarnaast ook de streekgeschiedenis. Maar goed..., om u een idee te geven hier onder een akte van 18 oktober 1512 uit Groningen.
Het probleem ligt niet zo zeer in het ontcijferen van de woorden c.q. letters maar meer bij het woord gebruik, zelfs de transcriptie die onder de akte staat is een puzzel op zich.
De tekst van de oorkonde
Wij borgermesteren ende raed in Groninghen bekennen ende betugen mit dessen openen breve dat voer ons sijn erschenen up onsen raethuese Willem Kannengheter ende Johan Husekens, boumesters van den ghylden, Bartolt Schutemaker, hovetling der schutemakersghylde, Sander Saelmaker, hovetling saelmakers, kannengheters ende malersghylde, Hermen Hoenricks, Ghoert van Asschendorp ende Warner Messemaker, hovetlingen der smedeghylde, vulmachtich van wegen alle der ghylden onser stadt, uutghesecht der gholtsmedeghylde ende sijn verdraghen in onser teghenwoerdicheit mitten hovetlinghen der goltsmedegylde, dat de voers. gholtsmedeghylde voertmeer ghescheiden sall wesen ende bliven van den vorg. anderen ghylden ende solen oeck voertmeer onder den ghebode der boumesters van den ghylden neet staen. Ende de goltsmedeghylde sal men voertmeer neet van den boumesters vorg. mer van uns borghermesteren ende raed ende hovelinghen der goltsmedeghylde wynnen ende denselven dat ghelt daer de gholtsmedeghylde mede ghewonnen word, gheven ende betalen. Des so hebben wij oeck alse guetlike dedinxluden tusschen den hovetlinghen der ijsersmedeghylde up de ene ende de hovetlinghen der gholtsmedeghylde up de andere sijden ghededinghet ende uutghesproken, dat woewall de vors. twe ghylden van malkanderen voertmeer gescheiden solen bliven, nochtans solen de gholtsmede elk voer sijn hoevet alle jaer tot onderholt van Sunte Eloyenaltaer soe voele gheldes betalen als elk van der ijsersmede jaerlix daerto betaelt ende dat vorg. ghelt sall ene der gholtsmede hovetling bij den hovetlinghen der ijsersmede brengen ende mede raden dattet selve ghelt an dat vorg. altaer ten nuttesten bestedet worde. Sunder argelist. Dat orkonde wij mit onser stadsecreet. Ghegeven in den yaer ons Heren dusent vijffhundert ende twalffe, des dinxedaghes voer Elvendusent Magheden dach.
(Bron: http://www.cartago.nl/nl/actueel/oorkonde-onder-de-loep/43-vakmanschap-is-meesterschap )


Geen opmerkingen:
Een reactie posten